Bloemendaal (2)
Botermelk (5)
Centrum (65)
De List (3)
Den Horst (11)
Deuzeld (53)
Donk (4)
Kastelen (40)
Schotenhof (53)
Vaart (20)
Doorzoek eenvoudig onze database.
FOTO TITEL
SLEUTELWOORD
OMSCHRIJVING
UITGEBREID ZOEKEN

Geschiedenis

Geschiedenis van Schoten :

Schoten is ontstaan in 420 jaar n.C. en het is dus ouder dan de stad Antwerpen(650 n.C.).
De Franken noemden het toen "Scota" en later "Scote". Sinds het begin van de 6de eeuw behoorde het "vrije Schoten"(een groot gedeelte van Merksem en st Job-in-'t-Goor was Schoten) tot de abdij van Lobbes, dit tot de inval van de Noormannen in het jaar 820. Tot in de 12de eeuw was Schoten een niemandsland.

In 1138 werd het ingepalmd door Amerik, Heer van Breda en "Schoten". Van dan af kon Schoten ook het wapenschild van Breda gebruiken, drie zilveren st Andrieskruisen op een rood veld met bovenop een gravenkroon .
Zijn zonen erfden Schoten en werd opgedeeld in een geestelijk en een wereldlijke heerlijkheid.



De een heerste vanuit de abdij van Villers, de ander vanuit de burcht Calesberg.
In de 16de eeuw bouwden rijke Antwerpenaars buitenverblijven in Schoten (zoals het Kasteel van Schoten). Oude hoeve's werden omgebouwd tot kastelen en middeleeuwse burchten werden verbouwd tot speelhoven (ook hoven van "plaisantie" genoemd). Schoten werd het "Lusthof van Antwerpen" en "Dorp der kastelen".

Eind 19de eeuw vond ook de burgerij hun weg naar Schoten en vele hotels werden toen geopend,ook langs de vaart, zodat Schoten ook een "badplaats" werd. Vele "cottages" (grote villa's als buitenverblijf)dateren van de zelfde tijd.


Kasteel van Villers :

Gelegen in de Villerslei. De toren(hoofdgebouw) dateert nog van het jaar 1267.
De abdij speelde een grote rol in de Schotense geschiedenis(de helft van Schoten behoorde hen toe).


Schilderij Kasteel Villers (poortgebouw is reeds lang geleden verdwenen)


De priorij Regina Pacis :

Het klooster is toegewijd aan de Moeder Gods, de koningin van de vrede.
Er is geen sprake van een klassiek kloostercomplex. Het hoofdgebouw, dat later de priorij werd, is in 1904 als prive-woning gebouwd door architect Frans van Dijck.(Villa Le Perron)

Het heeft een grote marmeren hal met trappenhuis in neoclassistische stijl, met mooie ontvangstkamers die als spreekkamers dienst doen. Het gedeelte waar de zusters wonen is sober en eenvoudig.Een afzonderlijk verblijf voor de gasten, dat tegen het hoofdgebouw aanleunt, werd in 1965 gebouwd. Hierin zijn 13 kamers, eenn of tweepersoons-, voor maximum 20 gasten. Er is een eetzaal, en huiskamer met een goedgevulde boekenkast, een vergaderzaaltje en een stille ruimte.

  

Jarenlang heeft de grootste ontvangstkamer van de priorij dienst gedaan als kapel, met een aangrenzende kamer als priesterkoor en sacristie. Toen deze behuizing al te krap werd, is er in de jaren '60-'63 een nieuwe kerk gebouwd, los van het bestaande gebouw. Jacques Boseret was de architect van dit feest van licht en ruimte, met moderne materialen en structuren, waarin het altaar centraal staat. Oorspronkelijk was er een scheiding wat betreft de plaatsen:

Het koor van de monialen aan de ene kant, in vaststaande koorbanken met 70 plaatsen, en banken voor de gasten aan de andere kant. Maar stilaan werden de gasten uitgenodigd om aan de kant van de monialen in de koorbanken plaats te nemen en dit wordt met graagte gedaan. Er is weinig versiering: een groot rood kruisbeeld hangt in het midden, er zijn enkele iconen, er is een Mariabeeld en en wandkleed dat wisselt al naar gelang de liturgische tijd. De dagelijkse diensten gaan door in de huiskapel, die in de jaren tachtig gebouwd werd, tegen de priorij aan. Het stenen altaar en de houten beelden van Christus en van Maria zijn gebeeldhouwd door zuster Oda, het geweven wandkleed dat Sint-Benedictus voorstelt, is van de hand van zuster Hadewijch. In 1997 werden er in de tien bovenvensters glas-in-loodramen geplaatst door glazenier Herman Wouters. Op het terrein, in de villa aan de Priorijlaan, bevindt zich het ikonenatelier en de Byzantijnse kapel. Alle ikonen van de kapel zijn geschilderd door monialen van de priorij, ook de "Pantocratorfiguur", de Christus in majesteit die sinds 1996 de koepel domineert.


Vanaf de beginjaren van de priorij legden enkele monialen zich toe op het vervaardigen van liturgische gewaden. Dit bescheiden begin groeide na de oorlog uit tot meerdere ateliers. In het voormalige koetshuis bevindt zich een weef-, teken- en borduuratelier. Daar staan spinnewielen, verschillende weefgetouwen en naaimachines, er worden ook wenskaarten vervaardigd, en kaarsen beschilderd en teksten gecalligrafeerd, er is een voortdurende activiteit.

In een apart gebouw is het keramiekatelier ondergebracht en het beeldhouwatelier.

bron : Benedictinessen-schoten


De list :

Laat ons eerst eens stilstaan bij de naam De List.
De naam verwijst naar lisbloemen, die op een vochtige plaats groeien en op sommige plaatsen in de wijk nog altijd te zien zijn. Het -t suffix heeft een collectieve betekenis.(Zoals ook de horst afkomstig is van hors, wat betekent kreupelhout, struikgewas.)

Het Hof De List :

Een meer dan honderdvijftigjarige dreef van Amerikaanse eiken voerde van de Horste baan 800 m lang naar het kasteel. De aanleg van de autosnelweg naar Breda heeft het goed echter doormidden gesneden en de dreef herleid tot een herinnering aan hoe het vroeger was .
Er is reeds in de middeleeuwen sprake van de List.
Het was samengesteld uit twee afzonderlijke lenen. Voor het ene vinden we als eigenaar zekere Jan van Brecht welke overlijdt in 1558. Zijn weduwe Elisabeth van Haneborch zal het goed verheffen ten voordele van haar kinderen. Dirk van Brecht zal het in 1588 verkopen aan Peter Truydens, een koopman in wijnen. Het wordt dan nog omschreven als een hoeve en er is nog geen sprake van een hof van plaisantie. Hij hypotheceerde ze toen voor 600 gld. Op 16 augustus 1598 wordt de hoeve verkocht aan Jan van der Eycken, voogd over de kinderen Thichman-Kelckens, in wier naam tien jaar vroeger Huybrecht Wynants, een andere voogd, de lening had aangegaan. De oppervlakte bedraagt 23 ha. 68 a. 92 ca. en de koopsom 850 gld. te vermeerderen met de hypotheek van 600 gld.
Dit verklaart allicht waarom we Huybrecht Wynants als eigenaar terugvinden.

Op 2 februari 1646 volgt Nicolaas Wynants hem op, die mogelijk verwant zou kunnen zijn aan de gekende juristenfamilie. Hij is het die het tot een speelhof verbouwt want in 1687 wordt het aldus voor het eerst genoemd . Het eigenlijke hof van plaisantie met pachthoeve beslaat 1 ha. 64 a., het geheel 30 ha. 26 a. 8 ca. Hij verkoopt het op 24 mei 1695 aan Susanna van Meurs. Na haar dood komt het in 1719 in handen van kanunnik Jacques-Guillaume Janssens, gehecht aan de St.Jacobskerk te Antwerpen, die het echter twee jaar later reeds verkoopt aan Robert Le Candele,  nog één van deze bekende Antwerpse handelshuizen die reeds sinds verschillende generaties aan hun vermogen bouwden . Zijn weduwe Joanna Isabella Goos, verwant aan de Moretussen,
hertrouwt met Franciscus Paulus van Betz, baron van Kessel, en stadspensionaris.

In 1758 erft Robert Franciscus Le Candele het hof.
Daarnaast lag dus een ander leen. De eerste vermelding dateert hier van het eind der 16de eeuw wanneer een weduwe Elisabeth van der Loope het nalaat aan haar dochter Anna van Valckenburgh gehuwd met Pieter Storms (1615). Het komt daarna in handen van Anthonis dela Porte en staat in de 2de helft der 17de eeuw beschreven als "een stede daer nu een steenen speelhuys op staet groot een half bunder" ( 65 a. 80 ca. ) . In 1696, nadat het vroeger in handen was geweest van Francisco de la Porte, komt het in het bezit van Anthoni van Zoom, in 1719 Dominique van Munster en in 1744 zijn broer Anthoni, in mei 1758 Gerard Jozef van Munster en enkele dagen later wordt het verkocht aan Franciscus Smulders en diens echtgenote Maria Catherina Rubbens . Het volgend verhef geschiedt op 11 juli 1766 door Louis Smulders, die optreedt als voogd over Ludovicus Anthonius Smulders, enig kind van Franciscus en Maria. Het is deze Ludovicus welke op 7 april 1797 het goed voor 16.530 gld. w. verkoopt aan Robert Le Candele . Hierdoor werd de List eindelijk in één hand verenigd. Door zijn dood in 1802 kwam de List in het bezit van de oudste dochter van Isabella. Daar haar huwelijk met Graaf Florent de Nassau-Corroy kinderloos bleef, geraakte het hof in de handen van een dochter van Maria Le Candele en Jan Frans Stier, Josephine genoemd, welke gehuwd was met een Jan Baptist Cornelissen  . In 1835 hoort de List in ieder geval toe aan Robert en Henriette Cornelissen. Het kasteel met tuinen, aangelegd park en grachten is 5 ha. 1 a. 35 ca. groot, het totaal meet 92 ha.
28 a. 40 ca. .

Er bestaat een negentiende-eeuwse ets van het oude kasteel waarin de achthoekige toren nog herkenbaar is en verbouwingen uit de late 18de eeuw met driehoekig fronton boven een bijgevoegde hoofdingang het moeilijk maken om de oorspronkelijke stijl van het gebouw te herkennen (zie foto).



Het is begrijpelijk dat de familie Van Havre die de volgende eigenaars (door het huwelijk van Eugene van Havre met voornoemde Henriet te) zullen zijn, het kasteel zullen afbreken en vervangen door een indrukwekkend bouwsel dat in 1897 werd voltooid.

Naar oude overlevering wil,zou de eigenaar in competitie met een ander indrukwekkend kasteel er rechtover, het hof Ter Veken, dat in dezelfde jaren werd opgetrokken, zichzelf overtroffen hebben. De wedstrijd won hij weliswaar, maar de afmetingen waren dermate groot,  dat na de 2de wereldoorlog ook dit kasteel werd afgebroken. Enkel de kasteleinshoeve met achttiende-eeuwse allures herinnert nog aan het oude hof van plaisantie .

Uit : R. Baetens Schoten, De geschiedenis van een tweeluik.p.83 en p.108-109.

Bron : wijkverening De List

De laatste tram :



Schoten vaart - Schotenhof
In gebruik van : 21.6.1908 tot en met 29.5.1965.

Schotenhof - 's Gravenwezel
In gebruik van : 11.5.1941 tot en met 29.5.1965 ...Tram werd vervangen door bus 61


Grand Hotel de Schootenhof - eindstation........




Geschiedenis van "den deuzeld"


Schoten bleef na de inval van de Noormannen nog lang onbewoond. Pas in 1232 verschijnt voor het eerst de oudste benaming voor deuzeld: Diselacker.
In 1240 was het Donsele en in 1339 tot 1460 Doeselt (does betekent veenachtige streek). Nog later is het Dueselt (1560), Duiselt (1703) en tenslotte Deuzeld.

In 1685 bestond Deuzeld uit 77% land, 20,5% hei en 2,5% bos. Er waren al vroeg wegen, maar geen bewoning van enige betekenis. Pas in 1834 telde Deuzeld 21 woningen en 125 inwoners.
In 1857 vraagt Eugeen Meeus de toelating om een raffinaderij te mogen starten aan de Kempische vaart: de suikerfabriek. Alle vervoer gebeurde langs het kanaal, want heel het gebied was een eiken schaarbos waar een zandige weg doorliep, het Seltstraatje* geheten, van de Korte Deuzeldstraat* naar de brug over de Schijn en verder langs Cruyningen en Gallifort naar Deurne.

Enkele jaren later verscheen langs één zijde van het Seltstraatje de ene werkmanswoning na de andere. De zandweg werd kasseiweg die Deuzeld langs de Deuzeldstraat met de grote steenweg van Schoten naar Merksem en Antwerpen verbond.   
Er werd in zulk tempo gebouwd dat in 1892 de bevolking tot 800 was aangegroeid. De kinderen moesten in Schoten centrum naar school en de mensen naar St-Cordula voor de kerkdienst. Dank zij de vrijgevigheid van de familie Meeus werd een stichting in het leven geroepen die moest zorgen voor de bouw van een klooster met meisjesschool en bewaarschool enerzijds en anderzijds een kerk met pastorie.

Later schonk de Heer Bunge, de nieuwe kasteelheer van Calesberg, het patronaat voor jongens en een jongensschool.
In 1895 werd de school plechtig ingewijd en in 1897 toen de kerk af was, werd de parochie Deuzeld erkend.
De wereldoorlog 1914-1918 is een donkere periode: mobilisatie, bezetting, opeisingen, werkplicht, ... Maar Deuzeld heeft zijn gesneuvelden op een prachtige wijze herdacht door verscheidene straten naar hen te noemen:

Eduard De Backerstraat
Frans De Ceusterlei
Ferdinand De Schutterstraat
Lodewijck De Weerdtstraat
Cornelius De Vosstraat
Leonard Gorisplein
Eugeen Verbiststraat
Maurits Luyckxstraat
Stanislas Meeuslei
Sylveer Schollaertstraat
Eduard Steurstraat
Jozef Verhaegenstraat
Karel Selsstraat
Lode Verheyenstraat

Als in 1933 het aantal inwoners tot over de 4000 was geklommen, werd besloten een nieuwe kerk te bouwen, meer in het centrum van de Deuzeld.
De heer Jozef Cogels schonk de grond waarop de huidige kerk zal gebouwd worden. Het wordt echter nog wachten tot 1960 op de nieuwe kerk.

Op 16 oktober 1938 was het groot feest op de Deuzeld. Victor Bracht, eigenaar van Calesberg, werd burgemeester van Schoten. 
1940 Deuzeld sukkelt door de lange droeve oorlogsjaren. Na de bevrijding moeten we ook nog eens 9 V-bommen verwerken.    
Na de oorlog werd door de heer Bracht voor de jeugd een paardenstal afgestaan op de hoek van de Deuzeldstraat.
De stal werd omgevormd tot een jeugdhuis en kreeg de naam "Jongensstad".

Pas in februari 1960 werd begonnen met de bouw van de nieuwe kerk die een jaar later op 1 mei 1961 werd ingewijd. In 1967 werd de oude kerk aan de Kruiningenstraat voorgoed gesloten.

Home | Geschiedenis | Gallerij | Weblinks | Nieuws | Anekdotes | Contacteer ons

powered by 2host.be